Andermans huis
Je hebt er de hele nacht aan gewerkt, je kunt het aan niemand laten zien, en niemand zou het kunnen betalen. Jijzelf ook niet.
Categorie: Nachtdienst
Datum: 17 maart 2020
In mijn slaap organiseer ik een feestje, een klein feestje in een enorm huis. Stiekem. Het enorme huis is namelijk niet van mij. Het staat leeg en ik ben ingehuurd door de eigenaren om het opnieuw in te richten. Ik mag er helemaal mijn eigen gang gaan en ik woon er zelf ook tijdelijk, helemaal alleen.
Ik ben trots op mijn werk in het huis en vind het jammer dat ik het straks aan niemand kan laten zien, wanneer de eigenaren er zelf weer intrekken met hun kinderen. Vandaar dit heimelijke feestje. Maar de meeste van mijn vrienden komen helemaal niet opdagen. Ik zit met drie van hen aan de keukentafel, omringd door drank en eten voor twintig.
Het is alweer bijna licht, in mijn slaap en daarbuiten, in mijn slaapkamer, als er nog één gast bij het enorme huis aankomt. Het is mijn buurmeisje van vroeger, die nu een goede vriendin is geworden. Maar ze is niet vrolijk. Ik laat haar de kamers zien die ik heb ingericht. De kleuren en de meubels, de kunstwerken aan de muren, de zachte stoffering, de glimmende kranen en douchekoppen, de tegels en het zorgvuldig uitgedachte belichtingsplan. Eerst lijkt het haar allemaal te vervelen, dan wordt ze onrustig, en uiteindelijk zelfs kwaad. Kwaad om de schandalige luxe waarin de eigenaren van dit enorme huis kunnen leven, al die overdaad die ik voor ze heb gefaciliteerd.
Ik weet niet wat ik daarop moet antwoorden. Terwijl ik haar een geopend bierflesje aanreik, stamel ik dat ik blij ben dat ze er is. Ze zet het flesje op een buffetkast, trekt haar jas weer aan en loopt naar buiten. Ik kijk haar na, vanaf de lange oprit die verdwijnt achter een horizon van koude grasvelden onder een grauwe lucht. Ik krijg het gevoel dat ik haar nooit meer zal spreken, ook al kennen we elkaar al sinds we zes jaar oud waren.
Iedereen verlaat het feestje weer. Ik werk gewoon verder aan het enorme huis. Als alle kamers eindelijk gevuld zijn, verschijnen de eigenaren op de oprit. Ze hebben hun dochter mee, een meisje van een jaar of zes. Het kind vindt haar nieuwe, sprookjesachtige slaapkamer helemaal geweldig en knuffelt me innig.
Daarna mag ik vertrekken. Ik word wakker in de slaapkamer waar mijn eigen bed nauwelijks in past. En inderdaad, niemand zal ooit iets van al mijn werk kunnen zien.


