Hoofd boven water
Zelfmedicatie en het verschil tussen deductie en inductie.
Categorie: Collega’s
Datum: 18 april 2024
Op haar drieënveertigste vraagt Stefanie zich af of ze misschien ADHD heeft. Maar voordat ze daarmee naar de huisarts gaat, probeert ze eerst een dosis ritalin uit. Via één van haar studenten heeft ze een paar pillen kunnen kopen. Op een zondagmiddag slikt ze er eentje en gaat ze op een stoel in de achtertuin zitten, om af te wachten tot ze misschien iets ervan gaat merken in haar hoofd.
Stefanie kijkt naar het gras en de planten om zich heen.
Hier zou ze toch genoeg aan moeten hebben, aan haar eigen nabootsing van de natuur. Een tuin hoort een gevoel van rust en ontspanning op te roepen. Stefanie heeft haar tuin gevuld met planten die zo weinig mogelijk werk met zich meebrengen. Wintervaste bloembollen bijvoorbeeld, die volgend jaar gewoon vanzelf weer opkomen zonder dat zij daar iets voor hoeft te doen.
De student die haar de pillen verkocht, komt uit een vissersfamilie. Hij heeft een gouden oorbel, al sinds hij een klein jongetje was. Daarmee kan zijn begrafenis worden betaald als hij overboord valt, verdrinkt en ergens naamloos aanspoelt. Zelfs nu hij studeert voor softwareontwikkelaar.
Stefanie heeft gehoord dat de vissers soms drugs smokkelen op zee, anders houden ze in deze tijd het hoofd niet meer boven water. Ze heeft het vissersdorp ooit bezocht tijdens een familie-uitje dat haar schoonouders hadden georganiseerd. Er stond een monument langs de kade voor verdwenen vissers, met jaartallen en namen. Op de laatste plaquette in de rij was nog ruimte vrij.
Haar student kan goed programmeren, al heeft hij moeite met de vakken die Stefanie op de opleiding geeft. Organisatieprocessen, samenwerking, creativiteit. Maar volgens de andere, meer technische docenten zijn zulke vakken niet zo belangrijk.
Stefanie herkent wel veel van zichzelf in wat ze leest over ADHD. Maar ja, toen ze twaalf was herkende ze ook veel van zichzelf in horoscopen. En de huisarts vraagt haar tegenwoordig altijd wat zij van hem verwacht als ze met een probleem komt. Alsof zij meer verstand van geneeskunde heeft dan de dokter zelf.
Wat zegt het nu eigenlijk over haar, dat ze hier in de tuin zit, met die pil in haar systeem, zonder dat er een diagnose is gesteld? Is een vrouw die zich genoodzaakt voelt stiekem ritalin uit te proberen een specifiek voorbeeld van een breder maatschappelijk probleem? Of is zo’n vrouw een uniek individu met unieke ervaringen waar niet zomaar waterdichte stellingen over de samenleving uit kunnen worden uit worden afgeleid? Met zulk soort vragen probeert ze zelf studenten het verschil tussen deductie en inductie bij te brengen. Dat lukt lang niet altijd.
Vanuit haar stoel groet ze hardop een torretje dat overdwars het tuinpad oversteekt.
Stefanie denkt aan een boek dat ze zelf in haar eerste studiejaar moest lezen, een roman bij de Inleiding Literatuurwetenschap, die ze domweg verkeerd bleek te hebben begrepen. Ze herkende veel van zichzelf in het onrustig gemonteerde verhaal, dat alsmaar versprong in ruimte, in tijd, in perspectief, vorm, toon en stijl. Maar de docent gaf aan dat de schrijver de tekst juist vervreemdend had bedoeld.
Stefanie vraagt zich af of de ritalin al werkt. En of, als deze pil haar niet anders doet voelen, dat dan betekent dat dit medicijn niet bij haar specifieke geval aanslaat, of dat de diagnose in het algemeen niet bij haar gesteld kan worden. Zelfs al nemen gezonde studenten deze pillen om voor haar vakken te kunnen slagen.


