Interdimensionale hokjesgeest
Het is te hopen dat de schoonmakers stipt zijn met vervangen. Zou toch zonde zijn als deze wereld vergaat.
Categorie: Functioneren
Datum: 11 oktober 2023
Ik heb geen noemenswaardig mandaat. Mijn functieprofiel stelt weinig voor. Maar op vrijdagmiddagen ben ik in staat om een paar kubieke meter absolute duisternis te manifesteren op deze afdeling, hier op de negende etage.
Mijn leidinggevende noch mijn collega’s zijn hiervan op de hoogte. Ze staan soms vlak naast deze duisternis, of het bevindt zich precies boven hun hoofden, of onder hun voeten, zonder dat ze het doorhebben. En ook in het weekend, als dit hele pand verlaten is, persisteert mijn drie tot vier kubieke meter duisternis, hoog in de lucht, boven de trambanen en de lege kruinen van de bomen, dag en nacht.
Want pas op maandagochtend ben ik de eerste die het licht weer aandoet op dit toilet, hier op de negende.
Wie hier het betegelde halletje binnenkomt, ziet als eerste een luchtverfrisser aan de muur hangen die omineus aftelt: 28 days left staat er vandaag op het display. Ja echt, een luchtverfrisser met een schermpje. Het is te hopen dat de schoonmakers stipt zijn met vervangen. Zou toch zonde zijn als deze wereld vergaat.
Het halletje leidt naar twee wc’s die volmaakt symmetrisch zijn ingericht. Dat ziet er mooi uit als je er recht voor staat en beide deuren geopend zijn (en er niemand op zit), en je het dan ook opmerkt. In de praktijk is het echter onhandig, want de toiletrol hangt soms niet waar je hem zou verwachten, op basis van je vorige toiletbezoek. Daarom ga ik altijd naar de rechter wc.
Maar op deze vrijdagmiddag ligt er in de rechter wc bij binnenkomst een dikke pluk lang, blond haar. Een flinke hand vol, op de bodem van de pot, in het spoelwater. Ik kan niet goed zien of het echte haren zijn, of een streng die uit een pruik is getrokken. Een paar uur geleden lag hij er in ieder geval nog niet. En ik ben al de hele dag alleen, op deze etage waar je alleen kunt komen met een correct afgestelde toegangspas.
Ik druk snel op de spoelknop, loop naar de linker wc en doe voor de zekerheid de deur toch maar op slot.
‘s Avonds controleer ik de rechter wc nog even voordat ik naar huis ga. De blonde haren liggen nog steeds op de bodem, ze zijn niet doorgespoeld. Ik twijfel of ik nog een poging moet wagen. Waarschijnlijk is deze pluk groot of zwaar genoeg om in de afvoerbuis vast te komen zitten en een verstopping te veroorzaken.
In het weekend denk ik eraan als ik op bed lig en nog niet in slaap gevallen ben. Zondagavond laat heb ik een oplossing: eerst mijn hand in een plastic zak of iets dergelijks steken, en dan in de wc-pot reiken.
Op maandagochtend ligt de blonde haarpluk nog altijd op dezelfde plek. Ik ga op zoek naar vuilniszakken en het opslaghok van de schoonmakers blijkt niet op slot te zitten. Op een plank langs de muur ligt een doorzichtige pedaalemmerzak vol met rode en zilveren kerstballen. Voorzichtig leg ik die allemaal in een emmer, één voor één.
Met mijn hand in een plastic zak voel ik veel meer weerstand van het water, lijkt het, dan wanneer ik thuis in bad stap. Koud plastic wordt zwaar tegen mijn huid gedrukt en mijn lichaam probeert me te vertellen dat mijn arm toch nat wordt. De zak weegt zwaar als ik hem er weer uithaal, alsof hij is gevuld met zand in plaats van een paar gram blonde haren. In elkaar gepropt past hij maar net in het vuilnisbakje dat uit hoffelijkheid in de hoek van het toilet is geplaatst en dat niemand gebruikt.
Een maand of wat later trap ik voor de zekerheid toch een keer op het pedaal van het vuilnisbakje en zie ik dat de plastic zak met het blonde haar er nog steeds in zit. Kennelijk hebben de schoonmakers deze ruimte al die tijd niet verschoond.


