Stationair
Flessenpost in een vijver.
Categorie: Forenzen
Datum: 19 september 2022
Voorbij het eind van het perron loopt er een man tussen de sporen. Kalm, met een stevige schoudertas en een felgeel veiligheidshesje om. Hij zwaait vriendelijk naar een trein die ons langzaam nadert.
Van achteren heeft de man wel wat weg van mijn opa. Die was rangeerder van beroep. Hij sprong gewoon van het perron af en stak de rails over als hij aan de andere kant een bekende zag staan.
Als ik wat beter om me heen kijk, zie ik genoeg mensen wiens werk het is om te blijven op plekken waar massa’s anderen juist komen en gaan. Op plaatsen die al tientallen jaren functioneren als doorvoer, soms zelfs al meer dan een eeuw.
De monteur bijvoorbeeld die een stukje verderop een OV-chipkaartscanner repareert, onder een bord met de tekst Hier komt een Service en Alarm-zuil. Zijn gereedschapskist is volgeplakt met allemaal knalrode DEFECT-stickers. Of de politieagent die surveilleert in de stationshal met een spuitbus slagroom in zijn hand. En ergens in een observatieruimte moet iemand zitten die net de onderste regel op het beeldscherm met reisinformatie stiekem heeft aangepast naar WILLEM MET PENSIOEN.
In de volle trein moet ik op het balkon blijven staan. Gedurende de rit kijk ik uit op een glazen deurtje met daarachter een bedieningspaneel vol grote knoppen. Ze zijn allemaal voorzien van een onderschrift. Zelfs een zwarte schakelaar is gemarkeerd als ohne Funktion.
Na een half leven werken op het rangeerterrein kreeg mijn opa promotie: Hij werd brugwachter, buiten de stad, ergens waar het spoor een rivier kruiste. Daar kon hij de laatste jaren tot aan zijn pensioen doorbrengen, was het idee. Maar dat zou hij nooit halen.
Toen hij in het ziekenhuis lag, ontving hij nog een kaartje van een echtpaar binnenvaartschippers. We missen je, schreef het stel, Nu zit er iemand anders bij de brug die niet naar ons zwaait in het voorbijgaan.
Vanuit mijn kantoor naast het ziekenhuis kijk ik nu uit op de rijbaan voor ambulances, richting de eerste hulp. Rond lunchtijd zie ik daar iemand ontspannen op zijn telefoon scrollen terwijl hij een sigaretje rookt, rondhangend tussen de grote letters SPOED die midden op het asfalt zijn geschilderd. In de berm tussen de ambulanceroute en de trambaan staat een transformatorkast die vanochtend nog als statafel werd gebruikt door drie mannen in overalls. Hun koffiemokken hielden een paar vellen papier met één of andere planning op hun plek.
Aan het eind van de middag wachten twee vrouwen rustig naast een lege ambulance, voor de ingang van de spoedeisende hulp. De lage zon licht de reflecterende strepen in hun werkkleding fel op. Ook zij roken ieder een sigaret.
Ik zou vanaf de negende verdieping kunnen zwaaien naar al die mensen, maar ik denk niet dat ze dat zouden merken.
Terwijl ik mijn laptop weer in mijn rugzak schuif, vraag ik me af hoe dat schippersechtpaar eigenlijk heeft kunnen achterhalen waar mijn opa was, en waarom. Dan herinner ik me een kaartje dat ik zelf als kind eens van een binnenvaartschipper heb ontvangen. Hij had mijn flessenpost uit de rivier gevist, schreef hij, vlak buiten de stad. Weken eerder had ik in het stadspark namelijk een bierflesje van mijn vader in het water gegooid, met een briefje waar ik in grote letters HELP op had geschreven. In de tussentijd was ik dat allang weer vergeten.
Toch lijkt het me sterk dat de vijver in dat park ergens heen ging.



Literair zeer verantwoord! Tof verhaal!
Deze was heel fijn om te lezen. Lekker springerig en toch met een mooie rode draad.