Verluchtigen
Een woensdagavond in miniatuur.
Categorie: Collega’s
Datum: 8 april 2026
Aan het begin van de woensdagavond is de lucht nog warm, en stralend blauw. Toch zit de hele afdeling binnen, in het restaurant, rond een lange tafel. Het lijkt een vergadering, maar het is een feest. Feest genoeg zelfs om een paar oud-medewerkers aan te laten schuiven die al met pensioen zijn. Zoals Theo.
Naast Theo zit een jongere collega die hij zich nog wel herinnert van destijds. Dat meldt hij haar ook meteen, hardop. Hij vraagt of ze het nog steeds zo druk heeft. Voordat ze daarop antwoord kan geven, vertelt hij verder:
Toen zes jaar geleden de pleuris uitbrak en iedereen acuut vanuit huis moest gaan werken, zat Theo in zijn eentje op zijn scherm naar een mozaïek te staren van allemaal kleine venstertjes op het leven van zijn collega’s. Rechtsonder zat vaak die collega, in miniatuur. In haar hoekje was het meestal chaos, met die twee kleine kinderen die door het beeld stuiterden.
De collega kan zich niet herinneren dat haar kinderen zo in beeld waren. Wel weet ze nog goed dat haar oudste, toen een kleuter, in de war raakte door al die mensen die via beeldschermen begonnen te praten. Opa, oma, de juf, andere kindjes.
Haar oudste bekeek in die tijd op haar telefoon eens een eerder gemaakt filmpje van de jongste. De jongste deed zelf ondertussen een middagdutje. Toen de baby in het filmpje even recht in de camera keek, vroeg de oudste ineens angstig of de kleine hen dan op dat moment kon zien, onder het slapen.
Zo is het dus blijkbaar, mijmert Theo’s collega. Je hebt nooit echt door wat anderen zien. En welk beeld je achterlaat.
Er worden twee glazen met drank voor hen op tafel gezet en het gesprek valt even stil in het geroezemoes. Theo neemt een slok. Dan vraagt hij hoe de flexplekken bevallen.
Matig, geeft de collega toe. Alles is zo onpersoonlijk geworden. Toen hun verdieping nog was ingedeeld in kamers, hing er tenminste wat aan de muren.
De ogen van de collega lichten ineens op. Theo had achter zijn bureau toch een reproductie uit de Très Riches Heures? Die vond ze altijd zo mooi. Zo’n uitvergroting van een middeleeuws miniatuur, van mensen aan het werk op het land, onder een stralend blauwe hemel.
Theo zet zijn glas neer. Hij gaat harder praten. Die poster had hij inderdaad. Want eigenlijk was hij afgestudeerd als historicus. Hij had voor zijn onderzoek databases leren bouwen, dankzij die vaardigheid was hij uiteindelijk op hun kantoor beland. Databases om het verleden mee te reconstrueren, met negentiende-eeuwse verkiezingsuitslagen bijvoorbeeld, of tweehonderdvijftig jaar oude verkoopcijfers van theaterkaartjes.
Theo vraagt of de collega misschien weet waar die poster gebleven is. Ze reageert verbaasd. Zij dacht juist dat Theo die na zijn pensioen zelf mee naar huis genomen had.
Ze zwijgen. Theo probeert nog een slok te nemen, maar merkt dan dat zijn glas al leeg is.
Ondanks alle databases is het nog altijd onbekend welke miniaturist die bladzijde in dat middeleeuwse manuscript heeft verluchtigd. En dat tafereel zelf, met die mensen aan het werk onder de blauwe hemel, is geen rechtstreekse verbeelding van de werkelijkheid, van het verleden. Het zegt wel iets over hoe het vroeger was, maar historici weten nooit helemaal zeker wat dan precies.
Behalve dan de kleur van de lucht, misschien. Want het blauw buiten, achter de ramen van het restaurant, is op dit moment precies hetzelfde blauw als op dat vel perkament van honderden jaren oud.
De collega herinnert zich dat haar oudste eens in de tuin stond, een poosje recht omhoog keek en vervolgens zei dat de lucht het computerscherm van een reus was.
De collega excuseert zich even en staat op van tafel. Theo ziet dus niet hoe ze op het gastentoilet van het restaurant haar handen wast. Er zaten allemaal nog kleine spikkeltjes verf op haar huid, in minstens tien kleuren.


